Seen from Space: wat betreft nieuw televisiegebruik hebben Belgen (misschien) nog niets gezien

FacebookTwitterLinkedIn

De Global Web Index (GWI) publiceerde een wereldwijd rapport rond ‘Online TV, An exploration of online TV behaviors, and the streaming services driving the industry’. Zoals de naam niet noodzakelijk aangeeft, gaat dit document ook over conventionele tv. Het bestudeert 45 landen, waaronder België. Voor 4 kijkwijzen (klassiek, uitgesteld / VOD, SVOD en opgenomen programma’s) werden de gerapporteerde frequenties in ons land vergeleken met die van de gemiddelden van de 45 onderzochte wereldwijde markten.

Volgens de resultaten zijn de Belgen (een beetje) trouwer dan anderen aan conventionele tv en opgenomen uitzendingen. Anderzijds zijn ze minder fan van VOD en abonnementen: een grote meerderheid van de GWI-respondenten in ons land verklaart dat ze “lichte gebruikers” zijn van VOD / catch-up of formules à la Netflix. Kortom, wat de concurrentie om de aandacht van de kijkers betreft, hebben de Belgische zenders mogelijk nog niet alles gezien.

Ondertussen ondersteunt de wereldwijde veerkracht van live-tv een van de vaststellingen in het rapport: “The growth of online TV is complementing broadcast TV, not cannibalizing it.” Gedrag diversifieert, maar het ene sluit het andere niet uit. Natuurlijk kun je argumenteren dat de gegevens komen uit verklaringen van een geconnecteerde en niet noodzakelijk representatieve bevolking. Maar voor zover we weten wijken de GWI-gegevens niet sterk af van de bekende normen. Zo bedroeg de wekelijkse reach van live tv bij de 16-64-jarigen met internettoegang tijdens het eerste trimester 88% volgens de CIM TV-studie (10 minuten aan een stuk). De GWI heeft het over 84%. De vergelijking tussen uitgesteld kijken volgens de CIM TV en de GWI in ‘shows recorded from TV’ modus levert ook behoorlijk gelijklopende cijfers op: 71% en 68%. Deze relatieve convergentie geeft de andere conclusies van de Global Web Index de nodige geloofwaardigheid. Netflix & Co hebben dus nog potentieel in België.

Redactie: MM.